Main menu

Ikjes

 

Hoe beperkter de ruimte, hoe groter de uitdaging om de boodschap goed over te brengen. Daarom deze Ikjes, door de limiet van 125 woorden toch een beetje een meesterproef. Twee zijn daadwerkelijk gepubliceerd in NRC Handelsblad, maar ze zijn allemaal leuk om te lezen.

Beste Karbonkel

Nooit happig geweest op het verstrekken van gegevens aan bedrijven. De mensen achter de AH-Bonuskaart weten dan ook niet dat ik met mijn vriendin gelukkig ben in Bussum, maar denken dat ik alleenstaand ben, vijftien kinderen heb en in Amsterdam-Osdorp woon. Mijn telefoonnummer is steevast 06-12345678. Geboren ben ik op 29 februari 1960: zo krijg ik alleen in schrikkeljaren verjaardagsaanbiedingen. Als voornaam gebruik ik meestal, doe eens gek, Franz-Ferdinand. Maar nu ik elke dag mail krijg van bedrijven die me vragen om mijn account bij hun te controleren vanwege de nieuwe wet, word ik echt balorig. De computers slikken het allemaal gewillig. Dus krijg ik nu volop mails met de aanhef: ‘Beste Karbonkel.’

Ontploffen

Het begon al niet goed. ‘Wat leuk, u bent copywriter,' zei het jonge ding van het assurantiekantoor toen ze aanschoof aan de keukentafel. Ik had gevraagd om een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering, zij wilde per se mijn bedrijf zien, ik had geen idee waarom. 'Maar waar is dan die copyshop van u?' Dat mijn bureautje Weergaloos met Woorden was genaamd, had kennelijk niet geleid tot nadere inzichten. Na 25 jaar stop ik als zzp’er en kan de verzekering opgezegd. Pas in de bevestigingsbrief zie ik tegen welke risico's ik al die jaren was verzekerd: 'Brand en/of explosie.' Jammer dat de verzekering is beëindigd. Want ik sta op punt van ontploffen.

Slagersjongen

De nieuwe hulp van de biologische slager is een jaar of zestien. Hij glimt nog van nieuwigheid en is zo te zien van gegoede komaf. Blijmoedig vraagt hij me wat het mag zijn. Kennelijk is de jongen nog niet helemaal goed ingewerkt want bij alles wat ik bestel moet hij zijn collega vragen waar hij het kan vinden. Totdat ik zes ons rundergehakt bestel. Dat weet hij wel te liggen. Zijn hand schiet meteen naar de goede bak, maar blijft daar vervolgens aarzelend hangen. Hij buigt zijn lange lijf naar zijn collega en vraagt zachtjes, maar niet zachtjes genoeg: 'Wat is zes ons?'

 

['Slagersjongen' is op 14 september 2009 gepubliceerd in NRC]

Nathalie

Telefoon. Het is Nathalie en ze vraagt beleefd of ik erin geïnteresseerd ben mijn hypotheek of lening voordeliger te maken. Ik zeg vriendelijk dat ik lening noch hypotheek heb en dat ze aan mij dus niets kan slijten. Het is aan dovemansoren gericht, ze gaat gewoon door met haar verkooppraatje. Omdat de andere fietsers in dit stiltegebied verstoord beginnen te kijken en ik het gesprek bovendien als beëindigd beschouw, hang ik maar op. Nathalie belt onmiddellijk terug om me een lesje in normen en waarden te geven. Als je niet gebeld wil wordâh, moet je je nummâh niet registrerâh, huftâh!

 

 ['Nathalie' is op 20 juli 2006 gepubliceerd in NRC en later opgenomen in de bundel 'De Dikke Ik']

Schroef jij!

Het Amerikaanse HBO maakt zoveel drukte rond de serie True Detective dat ik het niet meer houd en de reeks van internet pluk. Intrigerende serie, inderdaad. Maar bij de derde aflevering gaat het mis met de Nederlandse ondertitels. Die zijn waarschijnlijk met Google Translate vertaald en zonder verdere controle erin gezet. Er zit bijna geen zin in zonder een hilarische fout. Ik ben uploaders altijd dankbaar voor de moeite die zij zich getroosten om mooie series meteen van ondertitels te voorzien. Maar bij deze aflevering borrelt toch al snel een van de uiterst originele verwensingen in mij op die ik er net bij heb geleerd: 'Schroef jij!'

Izi Wudnak

Ik lees de verhalen van A.L. Snijders, als Nescio zo mooi. Hij schrijft twee keer over Izi Wudnak, advocaat in Maastricht. Dertig jaar geleden, in mijn tijd in het zuiden, kende ik een Izi. Ook advocaat. Snijders heeft alleen de achternaam iets veranderd. Op een receptie in Maastricht spreek ik toevallig een kennis van toen. Ik vraag of zij Izi nog kent. Ze knikt en wijst. Hij staat amper een meter bij me vandaan. De advocaat heeft nog nooit iets van A.L. Snijders gelezen. Maar de rest van de middag zegt hij tegen iedereen aan wie hij zich voorstelt: 'Izi Wudka. Je weet wel, van de boeken van A.L. Snijders.'

Kunduz

Twee militairen in de trein. ‘Wat doe jij in Kunduz?’ De aangesprokene aarzelt geen seconde. ‘Ik ben mortuariumbeheerder. Als er iets binnenkomt dat dood is, moeten wij het weer mooi maken.’ De vragensteller knikt. ‘Respectvol werk.’ Heel respectvol werk, beaamt de mortuariumbeheerder. ‘Laatst kregen we een verhanging. Had zes weken gebungeld. Je kon zo je vinger erin…’ Op dat moment heb ik ze toch maar verzocht het gesprek te staken. Vast heel respectvol werk, mortuariumbeheer, maar als ik mijn boterhammen zit te eten hoor ik toch liever niet tot in detail wat dat werk nu zo boeiend maakt.

Misgeschoten

In de boekhandel lacht de nieuwste A.L. Snijders me toe. Zijn verzamelde columns uit De Gelderlander en zijn Zeer Korte Verhalen zijn allemaal even prachtig, dus een bundeling van de stukjes die hij ooit voor Het Parool schreef, wil ik ook lezen. Bij het afrekenen stopt de kassajuffrouw me een boekje toe. ‘Krijgt u cadeau omdat het de maand van het spannende boek is.’ Pas op de fiets vraag ik me af waarom: dat presentje krijg je toch alleen bij aanschaf van een detective? Als ik mijn aanwinst thuis uit mijn tas haal, begrijp ik het. De kassajuffrouw denkt waarschijnlijk dat A.L. Snijders thrillers schrijft. De bundel heet namelijk ‘Voordeel schutter’.