Main menu

Interview | Een prikkelend denker

Bedrijven willen maatschappelijk verantwoord ondernemen. Maar is het wel zo eenvoudig om te omschrijven welk gedrag niet en welk gedrag wel is gewenst? Trigion wil bedrijven graag uitdagen daar goed over na te denken. Weergaloos met Woorden interviewde daarom filosoof René ten Bos voor het relatiemagazine Veilig van Trigion. Een bijzonder interview met een prikkelend denker.

 

‘Het kan een morele plicht zijn om regels te doorbreken’

 

Bedrijven willen maatschappelijk verantwoord ondernemen. Termen als transparantie, integriteit en ethisch handelen worden in bijna iedere bestuurskamer gebezigd en komen voor in nagenoeg elk beleidsstuk en jaarverslag. Maar is het wel zo eenvoudig om te omschrijven welk gedrag niet en welk gedrag wel is gewenst? Zijn daar wel regels voor te stellen? En is het niet zo dat organisaties juist floreren als er ook mensen zijn die de regels doorbreken? Filosoof René ten Bos daagt bedrijven graag uit om daar goed over na te denken.

 

René ten Bos is mede-auteur van het boek ‘Het einde van de bedrijfsethiek’. Bedrijfsethiek bestaat dus niet? Ten Bos: ‘De hele bedrijfsethiek is een geschoeid op een verkeerde leest. Overdreven analytisch, zeer praktisch van aard, en uiteindelijk erop gericht om receptjes te geven die managers moeten toepassen. Maar ethiek is niet iets dat door middel van receptjes, regeltjes en codes tot stand kan komen. Ethiek is iets dat je vaak tegen je eigen kwade impulsen in moet bevechten. Het goede is niet te organiseren, er zit geen ontwerpgedachte bij. Ik geloof ook helemaal niet in grootschalige ethische programma's in organisaties, of dat organisaties ethisch kunnen worden heropgevoed, zoals sommigen willen. Een directeur van Siemens die miljoenen wegsluist naar een privérekening, weet natuurlijk donders goed dat hij iets doet wat niet mag. Dit soort mensen voelt zich alleen niet belemmerd. En ze worden er ook vaak niet serieus op afgerekend. Om de een of andere reden wil maar niet tot onze opvattingen van ethiek doordringen dat witteboordencriminaliteit een echte vorm van criminaliteit is die buitengewoon veel schade aanricht. En niet alleen daadwerkelijke schade, het tast ook iets aan dat heel fundamenteel is voor het kapitalisme, namelijk: vertrouwen.’

 

Winst veroorzaakt schade

Bedrijven zijn weer volop bezig met het opstellen van codes of conduct, trompetteren over hun corporate governance, en presenteren met trots hun MVO-verslag. Vanwaar toch die drang? ‘Dat komt voort uit een heel simpel gegeven: het kapitalisme produceert altijd zijn externaliteiten. Wie winst maakt, veroorzaakt ergens anders schade. Dan komt op een gegeven moment het denkbeeld naar boven dat bedrijven een soort contract moeten afsluiten met de samenleving, waarmee die samenleving als het ware een vergunning afgeeft aan het bedrijf dat het mag doen wat het moet doen. En als het bedrijf zich dan niet goed kwijt van die taak, zou die samenleving dat denkbeeldige contract weer kunnen intrekken. Dat is de gedachte van corporate social responsibility die al 40, 50 jaar bestaat en in Amerika destijds een enorme vlucht heeft genomen. Op een gegeven moment werd dat wat minder, maar door de financiële crisis is dat helemaal terug. De bankencrisis heeft duidelijk externaliteiten geproduceerd, daardoor zijn hele gemeenschappen in moeilijkheden geraakt, met name in Amerika. Voor een deel is dat veroorzaakt door menselijk handelen, menselijk falen. En dat wil men niet meer. Steeds als er ergens een crisis is, ontstaat de roep om meer ethiek, meer moraliteit. Alleen al het feit dat er nu zo veel wordt gepraat over ethiek, is het bewijs dat het niet of nauwelijks aanwezig is.’

 

Ethiek van de klokkenluider

Hij weet eigenlijk niet of het ethisch besef wel verloren was geraakt bij de banken. ‘Kijk naar de bouwfraude: daar was het ethisch besef niet zoek, het was alleen gericht op de kleine groep waar die mensen lid van waren. Dan is het ethisch besef dus dat je collega's en vrienden niet verraadt. Dat is een paradox. In Europa vinden we klokkenluiden vaak een schending van loyaliteit, vinden we dat je nooit de hand moeten bijten die je voedt. Het is dus je eigen schuld als je daardoor je baan kwijtraakt. Dan krijgt de keuze om toch te gaan klokkenluiden bijna iets heroïsch. Het wordt dan ook iets persoonlijks. Op het moment dat je fraude constateert en je er niet bij neerlegt maar ertegen ageert, ben je geen functionaris meer in die organisatie, maar word je een persoon. Zo kom je als klokkenluider in een vreselijk dilemma: er is het belang van de organisatie, het maatschappelijk belang en dan ook nog eens het persoonlijke belang, want je moet toch ook je gezin onderhouden. Dat is de manier waarop moraliteit zich manifesteert: als een constant balanceren tussen verschillende spanningsvelden. Wat ik organisaties daarom ook vooral probeer duidelijk te maken is dat moraliteit iets complex is en dat je er niet komt door eenvoudige receptuur-achtige oplossingen erop los te laten.’

 

Moraliteit van de maffia

Toch hebben alle bedrijven moraliteit. ‘Zelfs criminele organisaties hebben dat. De maffia bijvoorbeeld heeft een vrij hoogstaande moraliteit. Bepaalde deugden die we in onze samenleving heel belangrijk vinden, worden in de maffia nog eens extra geaccentueerd: loyaliteit, respect, familiezin. Het zijn clubs die bestaan bij morele codes. Je moet vooral niet denken dat criminelen immorele mensen zijn. En die moraliteit uit zich niet alleen binnen de eigen organisatie, soms ook tegenover de maatschappij. Je wilt niet weten wat de maffia allemaal doet om de straatcriminaliteit in Palermo te bestrijden. Het is ook niet voor niets dat de maffia in de literatuur wordt beschreven als een Ersatz-staat, het is een organisatie die bijvoorbeeld belasting heft in de vorm van protectiegeld, maar die ook zorgt voor mensen. Laat duidelijk zijn: ik vind de maffia een weerzinwekkende organisatie. Het hele beeld van de maffia als een club van cavalereske ridders, van mannen van eer, is een absolute leugen. De maffia is een knetterharde money machine. Maar het is niet een money machine zonder moraliteit.’

 

Er blijft altijd iets zeuren

‘Er zijn geen organisaties die zich volledig buiten de moraliteit begeven. Dat neemt niet weg dat ook heel morele organisaties vaak heel slechte dingen teweeg kunnen brengen. Het goede bestaat alleen maar bij gratie van het kwade. Als organisatie moet je erover nadenken welke schade je aanricht en hoe je dat kan terugdringen of vermijden. Ik zet daar vervolgens graag vraagtekens bij. Dat is ook een taak van filosofen, vind ik. Wij moeten laten zien dat dingen slechts schijnbaar vanzelfsprekend zijn. En dat er altijd wel iets is dat blijft zeuren. Er worden nogal gauw woorden in de mond genomen als integriteit, authenticiteit of transparantie. De neiging die we hebben om in het kader van accountability elkander precies te zeggen wat we van elkaars prestaties vinden, is eigenlijk heel ongeciviliseerd. De beschaving wordt bijeen gehouden doordat mensen schijnheilig zijn, zei Norbert Elias al. Als een man een mooie vrouw ziet, dan denkt hij: ik wil sex. Maar hij zegt: ken ik je ergens van? Daar komt nog eens bij dat je nooit alles transparant kunt maken, dus moeten er keuzes worden gemaakt. Je ziet ook dat er doorgaans vooral cijfers bekend worden gemaakt. Maar de uitleg en de verantwoording bij die cijfers blijft vaak uit.’

 

Desorganisatie tolereren

‘Natuurlijk mogen bedrijven regels stellen om te proberen de moraliteit te handhaven. Ze moeten echter niet denken dat daarmee automatisch het goede is verzekerd, dat dat als vanzelf een fatsoenlijke morele performance oplevert. Ik ben niet tegen regels, ik kan me niet voorstellen hoe een samenleving zou kunnen functioneren zonder regels. Maar het kan af en toe ook een morele plicht zijn om regels te doorbreken. Zonder regeldoorbraak is iedere vorm van innovatie, experiment, creativiteit ondenkbaar. Traditioneel is de leider de regeldoorbreker. Er zit altijd een subversiviteit in leiderschap, een leider gaat niet mee met de massa. En hoewel hij zich niet aan de regels houdt, is hij tegelijkertijd normstellend. Dat laat zien hoe moreel ambivalent ze zijn, daarom zijn veel charismatische leiders ook schuinsmarcheerder. Een regel doorbreken is dan ook niet per se goed. Zonder regeldoorbraak gaat het niet, maar er moeten niet te veel regels worden doorbroken. Het enige dat ik kan zeggen is: let op de wisselwerking tussen regels stellen en regeldoorbraak. Je moet als bedrijf heel goed nadenken hoeveel regeldoorbraak je aankan, hoeveel desorganisatie je kunt tolereren in je organisatie.’